Penvoering en vormgeving meerjarige adaptieve uitvoeringsagenda fiets

Wat was de uitdaging?

Er bestaat reeds een Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) wat de algemene visie geeft die Rijk en regio’s samen nastreven als het op fiets aankomt. Hierin staan belangrijke pijlers benoemd: netwerken, fietsstallen en fietsstimulering. Echter omvat dit geen concreet actieprogramma, geen methodieken, processen en dergelijke meer die overheden helpen om meer investeringen te doen in fiets. Er was dus nood aan een Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF).

Hoe hebben we dit aangepakt?

Samen met het Rijk, provincies, metropoolregio’s en gemeenten werd samengezeten om de MAUF op te maken. Er werd gekozen voor een uitgebreide samenwerking waarbij op basis van werksessies en bijeenkomsten met de kerngroep werd getracht om steeds beter inzicht te verwerven in de noodzaak bij overheden. Op basis hiervan werd samen gewerkt aan de MAUF, waar alle partijen trots op zijn.

Wat is het resultaat?

De MAUF biedt de lezer inzicht in hoe Rijk en regio samen kunnen werken naar de uitvoering van mooie fietsprojecten en maatregelen om de Schaalsprong Fiets te gaan realiseren. Daarmee is de MAUF een mooie uitwerking van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF). De MAUF vormt ook een agenda voor het gesprek over wat nodig is om dit voor elkaar te krijgen. De Kijkwijzer in deze MAUF geeft inzicht in wat nu reeds wordt gedaan en wat mogelijk is, maar geeft ook kansen aan om in de toekomst de fiets nog meer in te zetten om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven in Nederland. Het is hierbij belangrijk dat we elkaar goed weten te vinden, zowel in de regio alsook in de bestuurlijke overleggen MIRT waar we de fiets dan de aandacht kunnen geven die de fiets verdient. 

In samenwerking met APPM.

Wat was de aanleiding?

De Provincie West-Vlaanderen ondersteunt bedrijven in de provincie via het Provinciale Mobiliteitspunt (PMP). Bedrijven kunnen het PMP contacteren voor advies, de begeleiding bij dossiers voor het Pendelfonds en voor de opmaak van een Mobiscan. De Provincie West-Vlaanderen vertrouwde in 2022 via een raamovereenkomst de opdracht voor de opmaak van dergelijke Mobiscans toe aan het consortium The New Drive – Rebel.

Wat is een mobiscan?

Een Mobiscan is een analyse van de bereikbaarheid van het bedrijf, het huidige mobiliteitsprofiel van de werknemers en het potentieel voor werknemers om de modal shift te maken van de wagen naar duurzamere alternatieven. Na de analyse wordt een advies op maat van het bedrijf gemaakt waarin voorstellen van acties en maatregelen staan opgesomd.

Er werden Mobiscans opgemaakt voor diverse partijen zoals groepen van woonzorgcentra, zorginstellingen en overheidsinstanties.

Rollen en taken The New Drive:

The New Drive nam de rol van projectleider op binnen deze opdracht en verzorgde het contact met de opdrachtgever. Tevens stond The New Drive in voor de plaatsbezoeken die vooraf gaan aan de opmaak van de Mobiscans per organisatie, voor de analyse van de bereikbaarheid, de opmaak van de presentatie voor de Mobiscan en het advies op maat.

Wat was de uitdaging?

Brussel Mobiliteit was vragende partij voor de bepaling van een ontwikkelingsstrategie infrastructuur om intermodale hubs (mobility hubs) uit te rollen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG). De uitdaging was om een strategie te ontwikkelen vanaf de prille algemene beginselen tot eerste stappen van effectieve implementatie.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Voor deze uitdaging werd een samenwerking aangegaan met Mobipunt vzw en Mpact.

De ontwikkelingsstrategie heeft vorm gekregen in een visiedocument na het doorlopen van drie fases: inventarisatie, opzet van het visiedocument en validatie.

In de inventarisatiefase werd in eerste instantie bestaande infrastructuur en beleid in kaart gebracht. Vervolgens werden stakeholders tijdens een eerste workshop bevraagd naar hun behoeften, ideeën en aandachtspunten omtrent mobility hubs. Primaire partners zoals OV-maatschappijen en lokale besturen werden voorafgaand geconsulteerd tijdens bilaterale gesprekken. De eerste fase resulteerde in een reeks algemene beginselen en kritische succesfactoren omtrent de uitrol van mobility hubs.

In de tweede fase van het project werd de structuur van het visiedocument bepaald en werd er een hubtypologie ontwikkeld aangepast aan de context van het BHG. Deze hubtypologie werd verder doorvertaald in een programma aan voorzieningen per type hub. Om de kwaliteit en inclusiviteit van de hubs te waarborgen werden de noden van diverse klantengroepen vertegenwoordigd in een reeks persona die dienen als toetsingskader voor toekomstige hubs.

In de validatiefase werden 20 cases geselecteerd om de ontwikkelde typologie en de programma’s per type te toetsen aan de realiteit van de Brusselse context. Daarvoor werd het zogenaamde vlindermodel toegepast dat in één figuur alle relevante info biedt omtrent de huidige en gewenste situatie van een case. Op de tweede stakeholder workshop werd feedback verzameld omtrent de ontwikkelde typologie, programma’s per type, klantengroepen en casestudies.

Wat is het resultaat?

Het doorlopen traject resulteerde in een gedragen visiedocument, een reeks tools voor de verdere uitrol van mobility hubs alsook een reeks aanbevelingen omtrent de vervolgstappen in deze uitrol.

Rol van The New Drive?

The New Drive was als hoofdopdrachtnemer de verantwoordelijke voor het project in elke fase en heeft eveneens het merendeel van de werkzaamheden verricht. De rollen van The New Drive waren de volgende:

Wat is de uitdaging?

De Vlaamse Overheid wil Vervoer op Maat uitrollen binnen de Vlaamse Vervoerregio’s en hiervoor is nood aan diverse vormen van mobiliteit, waaronder deelfietsen. The New Drive is sinds enkele jaren strategisch adviseur van Blue-mobility NV. Binnen een raamcontract kunnen strategische keuzes worden afgetoetst in functie van product-scoping, stakeholders, realiteitszin e.a.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Naast de strategische samenwerking ging The New Drive voor Blue-mobility aan de slag met verschillende ambities gekoppeld aan de mobipuntkaarten van de Vlaamse overheid. De uitrolstrategie van Blue-bike binnen VOM  is een grondige analyse waarbij de projectscope, positionering van de stakeholders, de toekomstvisie van de gebruikers, een analyse van de locaties, de implementatiestrategie, de uitrol van de scenario’s en een business case beschreven werden, alsook gesprekken met diverse stakeholders zijn gevoerd.

Wat is het resultaat?

Deze aanpak resulteerde in een concrete uitrolstrategie waarmee Blue-mobility zijn verdere aanpak kon bepalen voor het Vervoer op Maat.

Wat was de uitdaging?

Steden en gemeenten hebben een grote verantwoordelijkheid om, samen met de verkeersafdeling van de lokale politie, de verkeersveiligheid binnen hun toepassingsgebied te verbeteren. Via het traject ‘coaching voor lokale besturen inzake verkeersveiligheid in de bebouwde kom’, onder leiding van The New Drive en samen met VSV, konden steden/gemeenten hun verkeersveiligheidsbeleid onder de loep nemen.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Het coachingstraject heeft plaatsgevonden in verschillende stappen. Als eerste fase was er een zelfanalyse die de gemeente/stad zelf diende uit te voeren. Vervolgens was er het gezamenlijk startmoment waarbij de deelnemende gemeenten/steden meer uitleg verkregen over verschillende verkeersveiligheidsthema’s. In een derde fase was er een locatiebezoek bij de gemeente/stad, waar de overige gemeenten ook aan deelnamen. Nadien verkregen de gemeenten/steden een verslag en expertenadvies op maat. Het project werd afgesloten met een presentatie, waarbij de belangrijkste vaststellingen en lessons learned uit het project werden voorgesteld in een gezamenlijk slotmoment.

Wat is het resultaat?

De deelnemende steden/gemeenten ontvingen een volledig beeld van hun verkeersveiligheidsbeleid. Ze verkregen ook advies op maat en weten, aan de hand van een strategisch actieplan, welke stappen ze op zowel korte als lange termijn kunnen ondernemen om het verkeersveiligheidsbeleid binnen hun toepassingsgebied verder uit te bouwen.

Wat was de uitdaging?

Sint-Truiden had nood aan een overkoepelende toekomstvisie mobiliteit 2030 die als richtinggevend kader de hoofdlijnen uiteenzet voor aspecten als parkeren, fietsen, verbindingen tussen stad en dorpen, laadinfra en circulatie in en rond de binnenstad. Dit kader ontbrak binnen de stad en was noodzakelijk voor toekomstige beoordelingen. Daarnaast maakt de stad gebruik van een burgermeldsysteem dat nu niet optimaal verloopt.

Hoe hebben we dit aangepakt?

The New Drive heeft de stad in een intensief en participatief traject begeleid om de visie en prioriteiten scherp te stellen. Op basis van de bestaande documenten (bv. gemeentelijk mobiliteitsplan 2014, de strategische nota’s parkeren en fiets, het klimaatplan etc… ) en d.m.v. interviews werden de ambities en voorstellen opgehaald van de verschillende diensten, politie, politieke vertegenwoordigers van de stad en vervoerregio Limburg.

Via het online participatieplatform Citizen Lab werd een bevraging uitgestuurd om de verplaatsingswijze en de prioriteiten van de inwoners van Sint-Truiden in kaart te brengen. 465 inwoners hebben de volledige enquête ingevuld. Naast de bevraging konden de inwoners ook online reageren op stellingen over fietsers en voetgangers, parkeer- en handhavingsbeleid, auto, aantrekkelijke kernen, openbaar vervoer en verkeersveiligheid.

Deze participatieronde ging gepaard met een uitgebreide communicatiecampagne die samen met de stad Sint-Truiden werd vormgegeven.

Daarnaast werd ook het burgermeldsysteem onder de loop genomen: alles werd geanalyseerd en er werden aanbevelingen geformuleerd.

Wat is het resultaat?

Het resultaat van dit traject werd een compacte, ambitieuze en gedragen nota met heldere, meetbare doelstellingen inzake modal shift en prioriteiten alsook een geoptimaliseerd burgermeldsysteem.

The New Drive krijgt op regelmatige basis de kans op gastcolleges, masterclasses en dergelijke meer te geven aan diverse hogescholen en universiteiten. Hieronder lijsten we deze graag op.

OnderwerpOrganisatieDoelpubliekJaar
Deelmobiliteit in Vlaanderen: beleidscontext, theoretische kaders, praktische toepassingen en inzichtenHogeschool van AmsterdamMobiliteit en stedenbouw2023 – …
Megatrends in de mobiliteitssector: wereldwijde evoluties, Belgische beleidscontext en uitdagingen bij ondernemen in het publiek domeinAutomotive Management School Mobia – Educam (professionals uit autosector)2022 – …
Challenges in e-mobililtyUniversiteit HasseltMaster Handelsingenieur – Technological Innovations2022
2021
Mobiliteitsopdrachten binnen The New Drive met een logistieke kantThomas Moore Hogeschool MechelenBachelor Bedrijfsmanagement2022
2021
– De vervoerregio’s: hoe ziet de beleidscontext eruit? Hoe is de organisatie vormgegeven? Wat gebeurt er in de praktijk? Welke rollen spelen mobiliteitsmensen hierin?
Deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS): ecosysteem, verschillende gebruiksmogelijkheden en de tools die beleidsmakers hebben om te sturen op aanbod
Universiteit Hasselt (IMOB)Master Verkeerskunde2019 – …
Elektrisch vervoerBreda University of Applied SciencesBachelor Verkeerskunde2020
2019
2018
De Nederlandse aanpak omtrent elektrisch vervoerdiverse scholen in Mexico, Colombia, Hong Kong, San Francisco en Los Angeles

Op 22 juni 2019 is het decreet basisbereikbaarheid in werking getreden. Met de inrichting van vervoerregio’s (15 in Vlaanderen), vervoerregioraden en regionale mobiliteitsplannen hebben de Vlaamse gemeenten nu een kader waarbinnen ze kunnen samenwerken aan mobiliteitsuitdagingen. Deze regio’s werken mee aan de Vlaamse doelstelling om het aantal voertuigkilometers met 15% te laten dalen alsook een modal shift te behalen van 40% duurzame verplaatsingen.

Consortium behartigt 6 vervoerregio’s

Het consortium Sweco – The New Drive – Goudappel maaktte al het regionaal mobiliteitsplan op voor de (complexe) vervoerregio Antwerpen en voegt daar nu nog 5 extra regio’s aan toe, met name Vlaamse Rand, Gent, Limburg, Mechelen en Kortrijk. Dit zijn hoofdzakelijk de meest omvangrijke en complexe vervoerregio’s. Deze complexiteit speelt zowel inhoudelijk als op vlak van procesvoering. Met deze 6 vervoerregio’s zal het consortium de toekomstige mobiliteitsvisie voor 155 van de 300 Vlaamse gemeenten mee bepalen met het oog op een betere basisbereikbaarheid. Zo nemen we een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid op in de uitwerking van het Vlaamse mobiliteitsbeleid.

Belang van regionaal mobiliteitsplan

Het regionaal mobiliteitsplan legt de globale en gedeelde mobiliteitsvisie voor een langere termijn vast voor de vervoerregio, en dat voor alle vervoersmodi. Dit plan doet onder andere uitspraken over de belangrijke mobiliteitsuitdagingen van de regio, tekent het openbaar vervoersnetwerk uit en presenteert maatregelen voor de verbetering van de doorstroming, de verkeersveiligheid en het fietsbeleid. Hierbij besteden we niet enkel aandacht aan het mobiliteitsaanbod zelf, maar komen ook ruimte en gedrag aan bod. Die laatste component, gedrag, is een uitermate belangrijk aspect aangezien geen enkele modal shift te bereiken is zonder een mental shift. Co-creatie en participatie zijn daarbij belangrijke elementen om de procesmatige aanpak succesvol te laten verlopen.

Rol van The New Drive

Binnen deze opdracht treedt The New Drive op als eerste aanspreekpunt voor de opdrachtgever en begeleidt het proces. Ze voorzien de algemene procesbegeleiding en ondersteuning bij de organisatie van de verschillende overlegmomenten, de interne en externe communicatie, zorgen voor de integratie van de verschillende onderdelen, zorgen mee voor draagvlak bij alle relevante stakeholders en houden alle interne en externe teamleden aan hun opdrachten en hun timing. Zij brengen specifieke expertise in betreffende de opzet van het proces, de werkgroepen en de vertaling in aansprekende (bestuurlijke) producten. Daarnaast treden zij ook op als expert in het expertteam.

Partners: Sweco, Goudappel

Wat is het probleem/de uitdaging?

KBC speelt in op de mobiliteitsbehoeften van haar klanten door het aanbieden van openbaar vervoertickets en diensten zoals parkeren en deelmobiliteit. Hiervoor wordt samengewerkt met een MaaS-aanbieder (Mobility as a Service). KBC wil echter zeker zijn dat ze optimaal inspelen op de behoeften en wil daarom onderzoeken of de huidige partner de meest geschikte dienstverlener is.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Er werd een benchmarkstudie uitgevoerd van de MaaS-aanbieder Olympus mobility. Deze omvat een grondige analyse van de front- en back-office van het platform, een vergelijking met binnenlandse concurrenten en buitenlandse partijen, alsook een uiteenzetting van waardeketens en relaties rond het platform.

In het onderzoek werden alle diensten en producten van de aanbieder beschreven aan de hand van diverse budgetten die de gebruiker verschillende mogelijkheden bieden. De geboden diensten en producten werden in eerste instantie vergeleken met de KBC mobile app om de complementariteit van beide apps na te gaan. De Olympus Mobility app werd vervolgens uitgebreid vergeleken met drie binnenlandse concurrenten en vier buitenlandse partijen aan de hand van vijf parameters gebaseerd op het businessmodel canvas, zijnde: key partners, klantenperspectief, aanbod, functionaliteiten en kostenstructuur. De back-office van het platform werd eveneens uitgebreid vergeleken met die van de binnenlandse tegenspelers op vlak van opbouw, werklast en gebruiksvriendelijkheid voor de HR-manager, waarbij ook een interview werd afgenomen met de eigen HR-manager. Ontwikkelingsmogelijkheden voor het platform en de opdrachtgever werden beschreven aan de hand van waardeketens en relaties die komen kijken bij Mobility as a Service.

Wat is het resultaat?

KBC beschikt over een grondige analyse, samen met een strategisch advies dat werd opgemaakt op basis van sterkten en zwakten. Hiermee kan KBC haar dienstverlening verder optimaliseren.

De stad Geel ontving subsidies in het kader van de subsidieoproep “Zachte mobiliteit en multimodaliteit”- Thematische stadsvernieuwingsprojecten 2019. Geel diende hiervoor het project Fiets Hup! in. Het project Fiets Hup! bestond uit drie onderdelen: implementeren van deelwagens, implementeren van deelfietsen en inrichten van mobipunten.

The New Drive stond in voor de begeleiding van het implementeren van deelwagens en deelfietsen.

Voor de deelwagens reviseerde The New Drive een eerste draftversie van bestek. Het bestek werd inhoudelijk kritisch bekeken en waar nodig werden aanpassingen voorgesteld, zodat het gekozen systeem van deelwagens bijdroeg aan de doelstellingen van het project.

Voor de deelfietsen adviseerde The New Drive de stad bij het uitwerken/uitrollen van een deelfietsensysteem. Vragen hierbij zijn (niet-limititatief):

  1. Welk deelfietsensysteem is best geschikt: back-to-one, back-to-many, freefloating, …
  2. Welke technologie is best geschikt voor gewenste deelfietsensysteem: slimme sloten, …
  3. Welke rol neemt de stad best op: zelf aanbieder van deelfietsen, als regisseur, via een vergunningenbeleid, …
  4. Welke prijszetting?
  5. Opstellen van randvoorwaarden om het gewenste niveau van kwaliteit van het deelfietsensysteem en de dienstverlening te waarborgen.
  6. Bepalen van het aantal deelfietsen in functie van de doelstellingen van het project
  7. Hoe omgaan met de beschikbare data
  8. Het uitwerken van een bestek om het gekozen deelfietsensysteem te realiseren.

Door de strikte timing van de bekomen subsidies wenste de stad Geel de systemen voor deelwagens en deelfietsen uiterlijk tegen het einde van het jaar operationeel te hebben. De strategische vraagstellingen en de opmaak van het bestek werden opgeleverd binnen de vooropgestelde termijnen en de opdrachten werden na aanbesteding gegund aan twee marktpartijen.

Fietsberaad Vlaanderen beschikt over een uitgebreide kennisbank met goede voorbeelden en toepasbare praktijken op hun website. Om deze kennisbank aan te vullen, heeft Fietsberaad een raamovereenkomst opgezet waarbij The New Drive als één van de partners geselecteerd is. In de loop van de projectperiode heeft The New Drive verschillende kennisfiches en inspirerende praktijken aangeleverd, met name:

De federale minister van Mobiliteit Georges Gilkinet werktte aan een federaal actieplan voor Verkeersveiligheid 2021-2024. Om beter te begrijpen hoe verkeersonveiligheid door de bevolking wordt ervaren en om een ​​maatschappelijk debat over verkeersveiligheid op gang te brengen, organiseren de minister, de FOD Mobiliteit en Vervoer en Vias institute een grote burgerparticipatie en werd The New Drive gevraagd om hen daarin te begeleiden.

In aanloop naar een Staten-Generaal Verkeersveiligheid heeft The New Drive samen met VIAS een online bevraging opgezet via het online participatieplatform Citizen Lab rond 3 thema’s:

  1. Samen op weg
  2. Risicogedrag verminderen
  3. Controles, begeleiding en vorming

The New Drive heeft het concept en inhoud van de bevraging uitgewerkt en stond ook in voor het verwerken van de resultaten.

Daarnaast heeft The New Drive ook de organisatie van 6 burgerpanels op zich genomen. Dit omvat o.a. het uitwerken van het concept, uitschrijven van het draaiboek, briefing van de moderatoren (NL en Franstalig) en deelname aan de sessies als moderator. De resultaten van de burgerpanels zijn meegenomen naar de Staten-Generaal Verkeersveiligheid die op 23 november 2021 heeft plaatsgevonden. De bevraging en de burgerpanels  gaven federaal minister van Mobiliteit Gilkinet en de FOD mobiliteit een beter inzicht in de wijze waarop verkeersveiligheid wordt ervaren door burgers en versterkt het beleidsvormingsproces dat op een meer democratische wijze wordt vormgegeven. Op basis van de verschillende participatiemomenten is het Federaal Actieplan Verkeersveiligheid 2021-2024 uitgewerkt tot een gedragen document.

2021: er kwam (eindelijk) wat licht aan het einde van de coronatunnel. Op 9 juni mochten thuis- en telewerkers terug naar de werkvloer voor maximaal 1 terugkeermoment per week en vanaf 1 juli werd telewerk nog enkel ‘aanbevolen’. Maar dat betekende helaas niet dat ondernemingen terugkeerden naar het oude normaal. Thuis- en telewerk geraakte door de coronacrisis versneld ingeburgerd bij veel werkgevers en ook werknemers ontdekten de voor- (en na)delen. VIAS Institute onderzocht welk effect dit kan hebben op onze (professionele) mobiliteit en deed daarvoor beroep op de expertise van The New Drive.

In de position paper kwamen The New Drive en VIAS Institute tot de conclusie dat thuis- en telewerk niet automatisch leidt tot een vlottere mobiliteit en minder files, maar dat het hiervoor moet worden ingebed in een breder HR- en mobiliteitsbeleid bij ondernemingen. Een aantal dilemma’s moeten overwonnen worden en de link moet worden gelegd met flexibele verloningssystemen en het mobiliteitsbudget. In de position paper “Thuis- en telewerk post-covid: kansen voor een meer duurzame mobiliteit” formuleren VIAS Institute en The New Drive 10 aanbevelingen voor werkgevers, mobiliteitsaanbieders en het beleid. Ontdek ze hier: https://www.telewerken.be/werkgever/telewerken-post-corona-2/

Wat was de uitdaging?

In augustus 2021 verhuisde de Antwerpse bouwfirma BAM Interbuild van hun oude site in Wilrijk naar een nieuwe plek in het bedrijvencomplex Post X, vlakbij het station van Antwerpen-Berchem. Die verhuis bracht heel wat mobiliteitsuitdagingen met zich mee, in het bijzonder voor de werknemers die zijn aangewezen op de wagen.

Hoe hebben we dit aangepakt?

The New Drive adviseerde en begeleidde BAM Interbuild om bij de verhuis naar de nieuwe locatie ook meteen de mobiliteit van de werknemers over een andere boeg te gooien.

The New Drive maakte een Quick Scan Bedrijfsmobiliteit op om het huidige mobiliteitsbeleid en -aanbod van BAM Interbuild in kaart te brengen en zorgde voor een vergelijkend bereikbaarheidsprofiel van de toenmalige site in Wilrijk versus de nieuwe vestiging in Berchem. In samenwerking met een MaaS-provider zorgden we voor de introductie van een mobiliteitsapp voor de werknemers die het mogelijk maakt dat werknemers hun wagen aan de kant laten staan en met de fiets of de trein naar het kantoor kunnen komen. In samenwerking met Slim naar Antwerpen werd ook gezorgd voor een probeeraanbod van duurzame vervoersalternatieven zoals bedrijfsfietsen en openbaar vervoer. The New Drive en BAM Interbuild werkten in een volgende fase ook verder samen om duurzamere mobiliteit structureler te verankeren binnen de onderneming.

Wat was de uitdaging?

Universiteit Hasselt zat met een mobiliteitsprobleem aan zowel campus Hasselt als campus Diepenbeek. Dit probleem werd initieel louter omschreven als een parkeerprobleem en kende geen eenvoudige oplossing. Om dit aan te pakken, werden wij gevraagd ons licht te laten schijnen op de situatie.

Hoe hebben we dit aangepakt?

The New Drive heeft de UHasselt begeleid bij het opmaken van een maatregelenpakket van gedragen mobiliteitsoplossingen voor alle vervoersmodi. Dit gebeurde aan de hand van een iteratief en co-creatief traject waarbij zowel een stuurgroep met personeelsleden van de UHasselt, alsook studenten en andere personeelsleden konden meedenken en input geven. De rode draad in de uitvoering was een transitie in het denken van “een parkeerprobleem” naar “hoe kan ik mijn gedrag wijzigen als bijdrage tot oplossingen”, en welke maatregelen kunnen helpen om hier samen resultaat te boeken. Met andere woorden: er werd ingezet op zowel een modal shift als een mental shift om het probleem op te lossen.

Er werd gestart met een Quick Scan om de huidige mobiliteitssituatie in kaart te brengen en de nodige inzichten te verschaffen. Dit fungeerde als referentiepunt om in de toekomst het effect van de nieuw geïmplementeerde maatregelen zichtbaar te maken.

Een goed voorbereid en doordacht participatieproces met studenten en personeel hebben geleid tot een longlist van mogelijke maatregelen, welke werden herleid tot 25 maatregelen op basis van het afgetoetste draagvlak tijdens enkele werksessies. Deze zijn dan verder geprioriteerd aan de hand van de combinatie van 4 bijkomende selectiecriteria: impact op modal shift, investeringskost, realisatietijd en complexiteit. De maatregelen werden ook gekoppeld aan de strategische en operationele doelstellingen van het mobiliteitsplan van de UHasselt, de bijdrage tot het STOEP principe, en de mogelijke bijdrage tot een verbeterde score op de Quick Scan. Aanvullend werd er nog een onderscheid gemaakt tussen maatregelen die in de beslissingsbevoegdheid liggen van de UHasselt en deze waarbij externe stakeholders betrokken zijn.

Wat is het eindresultaat?

Het eindresultaat is een gedragen maatregelenpakket dat inzet op een duurzame mobiliteits- en gedragstransitie.

Begin juni 2021 organiseerden we, in samenwerking met Geo Mobility, een webinar over verkeersveiligheid. Hierin lieten we onze nieuwste mogelijkheden zien op vlak van data-gebruik en data-analyse in het kader van verkeersveiligheid, conflictanalyse (voetganger, fiets, auto, OV en vrachtverkeer) en routemanagement.

De content van dit webinar werd reeds uitgetest op een effectieve case voor een kruispunt in Heusden-Zolder. Hier werden bijna-ongevallen analyses gemaakt en werd advies bezorgd hoe dit punt in de toekomst verbeterd kan worden.

Om dit webinar te realiseren, alsook de case in Heusden-Zolder zelf, werden de krachten gebundeld met GeoMobility. GeoMobility staat in voor de data, bestaande uit een combinatie van Floating Car Data en camera-beelden, waarna wij met The New Drive aan de slag gaan voor de analyse en adviezen. We delen eveneens enkele concrete use cases.

Hieronder kan u alvast het webinar herbekijken. Veel kijkplezier!

In het kader van het Openbaar Vervoerplan 2021 voor Vervoerregio Limburg, werd werk gemaakt van Vervoer op Maat (VoM). Dit VoM moet ervoor zorgen dat mensen first en laste mile verplaatsingen kunnen maken naar bus- en/of treinhaltes.  

Er werd gekozen om te werken met 3 pijlers: VoM-flex, VoM-vast en VoM-deelfietsen.

Bij de uitwerking van dit VoM, was The New Drive verantwoordelijk voor het algemene proces, de participatie en de inhoudelijke uitwerking van pijler 3 (de VoM-deelfietsen). Er werden verschillende werksessies gehouden met de gemeenten, waar steeds in gesprek kon gegaan worden over de uitwerking en de mogelijk aanpassingen die wenselijk waren. Daarnaast werden ook bilaterale gesprekken ingepland om dieper te kunnen ingaan op de lokale aspecten van de uitwerking. Alle gemeenten kregen op deze manier maximaal de kans om feedback te geven. Het voorstel werd hierdoor ook unaniem goedgekeurd op de Vervoerregioraad van 1 maart 2021. 

De inhoudelijke uitwerking van de andere pijlers werd opgenomen door Goudappel. Een andere partner in het consortium is Sweco, die de uitwerking van een Unieke Verantwoordingsnota op zich nam, welke opgesteld werd voor de Hoppinpunten met deelfietsen. Procesmatig hielden wij ook bij de andere pijlers steeds de vinger aan de pols.

Wat is het Kolenspoor?

Het Kolenspoor vormde ooit de ruggengraat van de mijnindustrie. De 70 kilometer lange spoorverbinding loopt als een rode draad door Midden-Limburg. Na de sluiting van de steenkoolmijnen werd de spoorverbinding niet langer gebruikt. Ook het uitzicht van de regio is sinds het verdwijnen van de mijnindustrie fundamenteel veranderd. De voormalige mijnzetels kregen de afgelopen decennia een nieuwe invulling en geven de economische reconversie van de regio en de provincie Limburg vandaag mee vorm. 

Het Kolenspoor is voor de provincie Limburg een speerpuntproject. Het biedt kansen voor een meer duurzame en innovatieve mobiliteit en de uitbouw van een groen-economisch-toeristisch netwerk om het gebied opnieuw te integreren tot één samenhangend geheel. Om de ontwikkelde visie omtrent het Kolenspoor om te zetten naar realisaties op het terrein, werd The New Drive geselecteerd als coördinator.

Wat doen wij met The New Drive?

Als coördinator zetten wij in op de algemene opvolging van dit complexe project. Wij focussen op het omzetten van visies naar realisaties, onderzoeken nieuwe ontwikkelmogelijkheden én houden het project op de rails. Zo nemen wij onder meer deze taken op:

Wat was de uitdaging?

Het uitdenken van derdebetalerssystemen voor MaaS-oplossingen is niet evident. Met dit ‘VLAIO City of Things’-project ondersteunde The New Drive de steden en gemeenten om toe te werken naar een MaaS-ecosysteem met een technische oplossing om MaaS-derdebetalersystemen, met de lokale overheid als regisseur, mogelijk te maken. Uit de studie kwamen geharmoniseerde bestekcomponenten die de uitrol van derde-betalers systemen in alle deelnemende steden en gemeenten faciliteren.

Welke rol namen wij op?

Als projectcoördinator zorgde The New Drive voor de goedkeuring van het projectplan en waaktte ze over de uitvoering en coördinatie (financiële en administratieve rapportering en projectmanagement). Vervolgens werktte ze een vergunningskader rond deelmobiliteit uit. Dit is de voorbereiding van een kwaliteitskader/regelgevend kader/SLA voor vervoersaanbieders in de partnersteden en -gemeenten. Een gelijkaardig vergunningskader werd opgemaakt voor de MaaS aanbieders. Tot slot werd de visie rond de derdebetalersregeling geformuleerd. Zo werden er derdebetalersformules/cashback formules uitgewerkt om de B2C MaaS dienstverlening te (co)financieren. Deze visie resulteerde ook in een concreet bestek en aanbesteding van de technische MaaS-integrator.

Door deze verschillende stappen te doorlopen faciliteerde The New Drive maximaal de implementatie van deelmobiliteit en “Mobiliteit als een Dienst” (MoDi) samen met een gebruiksvriendelijk derdebetalersysteem. Meer mensen makkelijker toegang verlenen tot de steeds groter wordende verscheidenheid aan mobiliteitsdiensten blijft het hoger doel.

Partners: Stad Leuven (coördinator), Stad Deinze, Stad Genk, Stad Hasselt, Gemeente Schoten, Gemeente Brasschaat, Intercommunale Leiedal – via Wevelgem.

Op 22 juni 2019 is het decreet basisbereikbaarheid in werking getreden. Met de inrichting van vervoerregio’s (15 in Vlaanderen), vervoerregioraden en regionale mobiliteitsplannen hebben de Vlaamse gemeenten nu een kader waarbinnen ze kunnen samenwerken aan mobiliteitsuitdagingen. Deze regio’s werken mee aan de Vlaamse doelstelling om het aantal voertuigkilometers met 15% te laten dalen alsook een modal shift te behalen van 40% duurzame verplaatsingen.

Consortium behartigt 6 vervoerregio’s

Het consortium Sweco – The New Drive – Goudappel maaktte al het regionaal mobiliteitsplan op voor de (complexe) vervoerregio Antwerpen en voegt daar nu nog 5 extra regio’s aan toe, met name Vlaamse Rand, Gent, Limburg, Mechelen en Kortrijk. Dit zijn hoofdzakelijk de meest omvangrijke en complexe vervoerregio’s. Deze complexiteit speelt zowel inhoudelijk als op vlak van procesvoering. Met deze 6 vervoerregio’s zal het consortium de toekomstige mobiliteitsvisie voor 155 van de 300 Vlaamse gemeenten mee bepalen met het oog op een betere basisbereikbaarheid. Zo nemen we een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid op in de uitwerking van het Vlaamse mobiliteitsbeleid.

Belang van regionaal mobiliteitsplan

Het regionaal mobiliteitsplan legt de globale en gedeelde mobiliteitsvisie voor een langere termijn vast voor de vervoerregio, en dat voor alle vervoersmodi. Dit plan doet onder andere uitspraken over de belangrijke mobiliteitsuitdagingen van de regio, tekent het openbaar vervoersnetwerk uit en presenteert maatregelen voor de verbetering van de doorstroming, de verkeersveiligheid en het fietsbeleid. Hierbij besteden we niet enkel aandacht aan het mobiliteitsaanbod zelf, maar komen ook ruimte en gedrag aan bod. Die laatste component, gedrag, is een uitermate belangrijk aspect aangezien geen enkele modal shift te bereiken is zonder een mental shift. Co-creatie en participatie zijn daarbij belangrijke elementen om de procesmatige aanpak succesvol te laten verlopen.

Rol van The New Drive

The New Drive neemt binnen Vervoerregio Limburg de taak van zowel project- als procesleider op zich. Hiermee zijn wij het eerste aanspraakpunt voor de opdrachtgever. Wij staan in voor het opmaken (en behalen) van de timing (zowel extern als intern), het opzetten van meetings met de relevante stakeholders, het samenbrengen van de nodige partijen intern, het mee begeleiden van de participatieve momenten en draagvlakcreatie.

Partners: Sweco, Goudappel Coffeng

Van mobiliteitsknooppunt naar slimme schakel

Binnen dit project werd enerzijds een visie opgesteld rond slimme schakels waarbij verschillende typologieën van slimme schakels onderscheden werden. Stad Antwerpen en Slim naar Antwerpen wil bewoners en bezoekers ertoe brengen om voor elke verplaatsing het meest aangewezen vervoermiddel te gebruiken. In veel gevallen biedt een combinatie van vervoermiddelen hierbij de meeste voordelen. Een naadloze connectiviteit tussen de modi onderling is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Deze slimme schakels moeten gebruikers deze naadloze overstap bezorgen. Bestaande strategieën en visiedocumenten (o.a. Mobiliteitsplan en Fietsplan Antwerpen, Routeplan 2030, Fietsparkeren aan mobiliteitsknooppunten, Start‐to‐Mobipunt handleiding) lagen hierbij aan de basis.

Anderzijds werden er een ontwerpleidraad en een look & feel opgesteld voor ieder type slimme schakel waarbij de inplanting, het uitrustingsniveau, de inrichting, de aanrij‐ en aanlooproutes, de looproutes op het knooppunt, het aanbod van voor‐ en natransport, het wachtcomfort, de communicatie en het beheer worden gedefinieerd. Omdat de gebruiker steeds centraal staat, wordt het uitrustingsniveau en de inrichting afgestemd op de primaire doelgroep(en) en is ‘conditionerend ontwerpen’ het uitgangspunt.

Tot slot wordt deze methodiek toegepast op drie pilootprojecten binnen stad Antwerpen. Voor ieder van deze pilootprojecten wordt een ontwerp en communicatiestrategie uitgewerkt op korte termijn (i.e. zonder grote infrastructurele werken) en op lange termijn.

Quick scan van toekomstige slimme schakels

In het kader van een verdere concrete uitrol van de principes van Slimme Schakels op het terrein en het upgraden van mobiliteitsknooppunten naar Slimme Schakels, is het essentieel om een realistisch investeringsprogramma op te stellen. Dit investeringsprogramma komt tot stand door de balans te zoeken tussen het aanpakken van quick wins, de beschikbare budgetten gespreid doorheen de tijd op de prioritaire plekken in te zetten en koppelkansen met andere projecten in de buurt van het knooppunt te benutten. Om deze afweging op een correcte manier te doen, is een inventarisatie van de bestaande toestand op de knooppunten essentieel. Daarnaast worden ook mogelijke optimalisaties op zeer korte termijn geformuleerd.

Analyse en evaluatie van pilootlocaties

Daarnaast wil stad Antwerpen op korte termijn de principes van Slimme Schakels implementeren op het terrein. Vier pilootlocaties werden geselecteerd die op korte termijn zullen heringericht worden. In dit project analyseert en evalueert The New Drive de huidige situatie en worden knelpunten en aandachtspunten opgelijst. Daarnaast worden ideëen voor de toekomstige situatie geformuleerd op basis van een matrix met prestatie-eisen. Ontwerpers kunnen daarna aan de slag met de ontwerprichtlijnen zodat het knooppunt ontworpen wordt tot een vlot overstappunt met een positieve beleving.

Partners: Rebel, Billie Bonkers

Fietser faciliteren aan mobipunten

Lokale overheden leveren een belangrijke bijdrage aan het vormgeven van het lokale mobiliteitsbeleid. Om het mobiliteitssysteem optimaal en duurzaam te ontwikkelen, moet er volop worden ingezet op combimobiliteit. Mobiliteitsknooppunten, of mobipunten, zijn de cruciale schakels in een vlotte deur-tot-deur verplaatsing. De ontwikkeling van kwaliteitsvolle mobipunten moet drempels bij het overstappen minimaliseren.


Wanneer we willen inzetten op de fiets als voor- en natransport, is het faciliteren van de fietser aan deze mobipunten essentieel. Dit kan op tal van manieren, zoals bijvoorbeeld het aanbieden van fietsparkeren, deelfietsen of een fiets(herstel)punt. In het kader van deze opdracht werken we een visie en projectplan uit voor fietsparkeren aan mobipunten in de Noordelijke regio. Daarnaast vormt de kennisopbouw over fietsparkeren bij de lokale overheden een belangrijke basis. Daarom wordt een in-company opleiding ‘Fietsparkeren kan je leren’ van VSV aangeboden voor de lokale overheden.

Visie & projectplan voor fietsparkeren aan mobipunten

Fietsparkeren aan mobipunten stond centraal binnen deze opdracht omdat het een cruciaal element is in het voor- en natransport met de fiets. De noden met betrekking tot fietsparkeren zijn afhankelijk van het type knooppunt waar de gebruiker zijn fiets wil parkeren. De matrices die gedefinieerd zijn binnen de Vlaamse visie op mobipunten leggen op globaal niveau de link tussen het type knooppunt en de bijhorende prestatie-eisen. Daarnaast wordt in deze studie de globale beleidsvisie van Routeplan 2030 verder vertaald in concrete acties met betrekking tot fietsparkeren.


De studie van Fietsberaad over ‘Fietsparkeren aan mobiliteitsknooppunten’ gaat meer in detail en formuleert praktische randvoorwaarden voor verschillende types mobiliteitsknooppunten. Onder andere het type overkapping, fietsenrekken, dienstverlening en toezicht komen aan bod. De ontwikkelde rekentool zal in deze studie gebruikt worden om op een snelle en eenvoudige manier de kostprijs voor de uitbouw van een volwaardig aanbod aan fietsparkeren door te rekenen.

De opdracht ‘ondersteuning kwaliteitskamer duurzame mobiliteit’ kadert in de procedure van de kwaliteitszorg zoals vastgelegd in het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, gewijzigd bij decreet van 10 februari 2012 en het bijhorende Besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013.

De samenwerking van de verschillende mobiliteitsactoren rond plannen en projecten wordt door het decreet georganiseerd in de (inter)gemeentelijke begeleidingscommisies (i)GBC en de regionale mobiliteitscommissie RMC. Deze laatste is verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole en wordt daarin bijgestaan door een kwaliteitsadviseur die onbevooroordeeld kwaliteiten, gebreken en potenties betreffende de verschillende plannen en projecten kan duiden. The New Drive ondersteunt als extern kwaliteitsadviseur het departement MOW hierin.

Verder behelst de opdracht het uitwisselen van relevante info en het voeren van inhoudelijke discussies rond de verschillende adviezen hetgeen moet leiden tot een afgestemde evaluatiemethodiek en afwegingskader. Voorts dienen de externe kwaliteitsadviseurs vormingsessies te organiseren voor de bijeenkomsten van de kwaliteitskamer waarin bepaalde thema’s of kwesties verder inhoudelijk uiteengezet en verdiept worden.

Wat is de werkgeversaanpak?

De Stad Antwerpen zet samen met grote bedrijven (met meer dan 250 werknemers) in op een sterk mobiliteitsverhaal met als doel om actieve en slimme verplaatsingen in zowel het woon-werkverkeer en het zakelijk verkeer te stimuleren. Dit traject noemen we de werkgeversaanpak van Slim naar Antwerpen en kwam tot stand naar aanleiding van de (geplande) wegenwerken in en rond Antwerpen. Deze aanpak moet bovendien meehelpen aan de realisatie van de modal shift 50/50 in vervoerregio Antwerpen. Bedrijven kunnen beroep doen op verschillende hulpmiddelen aangeboden vanuit de stad. Eén van deze hulpmiddelen bestaat uit het aanbieden van professionele consultancy, coaching, training en opleiding rond dit de modal shift. Het gaat van het verduurzamen van de mobiliteit door het stimuleren van fiets, openbaar vervoer en andere wijzen van actieve en slimme verplaatsing.

Wat is onze rol?

Sinds 2016 maakt The New Drive deel uit van een consortium dat is aangesteld als dienstverlener binnen een raamovereenkomst. Dit geeft de mogelijkheid om in te zetten op zowel individuele als collectieve ontwikkeltrajecten voor bedrijven omtrent:

Welke specifieke activiteiten namen wij op?

Met The New Drive gaven wij reeds verschillende opleidingen en workshops:

Daarnaast boden we ook advies rond het stimuleren van actieve en/of slimme verplaatsingen. Enkele van deze advies- en procesopdrachten zijn:

Partners: PWC, Prepared Mind, Kluwer Opleidingen

In navolging van de visie van het ontwerp Mobiliteitsplan Vlaanderen en het ontwerpdecreet Basisbereikbaarheid, waarbij geduid wordt op de complementariteit van de verschillende modi en het ‘de bedoeling is een mobiliteitsnetwerk uit te bouwen en knooppunten te ontwikkelen waar verschillende vervoerssystemen elkaar ontmoeten’ gingen BUUR en The New Drive samen aan de slag om een globale beleidsvisie op mobipunten te ontwikkelen waarmee vervoerregio’s en lokale overheden mee aan de slag kunnen.

De beleidsvisie is o.m. het resultaat van een verkenning, waarbij alle relevante informatie van lopende processen in kaart werden gebracht. Op basis van deze info werd een typologie uitgewerkt waar het ruime gamma aan mobipunten gecategoriseerd wordt volgens een matrix met onderscheid naar vervoerniveau (netwerklogica en nabijheidslogica) en ruimtelijke context (stad, dorp, pool en open ruimte).

Vervolgens wordt ingegaan op de locatiekeuze van mobipunten en worden 24 prestatie-eisen voorgesteld die bepalend zijn voor de performantie van een mobipunten. De prestatie-eisen worden in vijf thema’s gebundeld: mobiliteitsaanbod, diensten, oriëntatie, ruimtelijke integratie en ontwikkeling. Negen relevante casestudies voor de regio Oost-Brabant worden vervolgens met detailbeelden uitgewerkt volgens de beleidsvisie. De casestudies werden gekozen in functie van de typologie, zodat de diversiteit aan mobipunten in de casestudies weerspiegeld is.

Tenslotte wordt in het implementatiekader beschreven hoe deze beleidsvisie in de praktijk kan werken.

Partners: Buur

Wat was de opgave?

In het kader van het decreet Basisbereikbaarheid en het Toekomstverbond tussen de overheid en burgerbewegingen wordt het Routeplan 2030 uitgewerkt. Dit geïntegreerde mobiliteitsplan voor Vervoerregio Antwerpen moet de verandering van de modaliteitskeuze bewerkstelligen met als ultieme doel om de mobiliteit en leefbaarheid in de regio op een duurzame manier te waarborgen.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Routeplan 2030, een mobiliteitsplan voor de toekomst in de Antwerpse regio, wordt uitgewerkt binnen een participatief proces van co-creatie met tal van actoren. Naast de klassieke partners (o.a. bovenlokale overheden en de 32 gemeenten van Vervoerregio Antwerpen) zaten ook externen (zoals burgerbewegingen en belangenorganisaties) mee rond de tafel. In juni 2018 werd de visienota ‘Samen vooruit’ goedgekeurd als basis voor dit Routeplan 2030 en werden de doelen en 10 ambities voor Vervoerregio Antwerpen gedefinieerd. In Routeplan 2030 worden de visie op mobiliteitsknopen en netwerken (fiets, openbaar vervoer, auto, vracht) bepaald, rekening houdend met het samenhangend en gelaagd netwerk van collectief vervoer volgens het concept ‘Basisbereikbaarheid’. Daarnaast wordt er vorm gegeven aan de invulling van ‘ruimte en nabijheid’ en ‘sturen van gebruik’. Dit geheel resulteert in een evaluatiekader en een programma van maatregelen.

Wat was onze rol?

The New Drive stond mee aan het roer om de procesmatige aanpak in dit complex proces uit te werken en te faciliteren. We fungeerden als eerste aanspreekpunt en algemene procesbegeleider, verantwoordelijk voor het project- en omgevingsmanagement en het overleg met de lokale en bovenlokale opdrachtgevers. Daarnaast traden wij ook op als expert in de expertwerksessies.

Meer informatie over dit project, alsook de visienota, kan u terugvinden op de website: www.routeplan2030.be.

Partners: APPM, Goudappel Coffeng, Sweco, Rebel, Billie Bonkers

De Vlaamse Regering heeft op 18 december 2015 haar goedkeuring gegeven aan de conceptnota ‘Met basisbereikbaarheid naar een efficiënt en aantrekkelijk vervoersmodel in Vlaanderen dat optimaal tegemoetkomt aan de globale en lokale vervoersvraag’. Basisbereikbaarheid omvat het kunnen bereiken van belangrijke maatschappelijke functies op basis van een vraaggericht systeem en met een optimale inzet van middelen. Met de invoering van dit concept wil de Vlaamse overheid een nieuwe invulling geven aan het openbaar vervoerbeleid. Op deze manier stapt men in Vlaanderen af van het idee van basismobiliteit.

De krachtlijnen van de conceptnota zijn het gelaagde vervoersmodel (treinnet, kernnet, aanvullend net en vervoer op maat), de combimobiliteit, de samenwerking van de lokale overheden en de Vlaamse overheid in de vervoerregioraad en afstemming met ruimte.

Vlaanderen wordt in de conceptnota opgedeeld in vervoerregio’s. De Vlaamse regering wenst hiertoe proefprojecten op te starten die vanuit het totaalaanbod en in nauwe samenwerking met lokale besturen en lokale initiatieven worden opgesteld. De vervoerregio’s rond Aalst, Mechelen, Westhoek en Antwerpen zijn naar voor geschoven voor de opstart van proefprojecten. Voor elk van deze proefprojecten moet er voor de vervoerregio een mobiliteitsplan opgemaakt worden.
De Lijn bracht in het najaar 2017 haar advies uit over de twee en derde vervoerslaag. Voor vervoerregio Aalst werd het finaal uitgewerkte en (onder applaus) geaccepteerde kernnet onder de vorm van een finaal advies met randvoorwaarden aan De Lijn overgemaakt. De vierde vervoerslaag, het vervoer op maat, zal bij voorkeur de reeds bestaande initiatieven integreren (belbus, aangepast vervoer, leerlingenvervoer, deelauto’s, deelfietsen,…), met aansturing van een (nog op te richten) mobiliteitscentrale.

Partners: APPM, Goudappel Coffeng, Instituut Mobiliteit

The New Drive begeleidde, in samenwerking met Rebelgroup, het team achter Slim naar Antwerpen bij de ontwikkeling en uitvoering van de projectoproep 2019. Deze projectoproep richtte zich specifiek naar het versnellen van het concept MaaS in de Antwerpse regio.

De nadruk van de projectoproep ligt op het realiseren en versnellen van multimodale verbindingen van de bestaande en bewezen mobiliteitsoplossingen in Antwerpen. De mobiliteitsoplossingen staan centraal tijdens deze projectoproep. Hun transformatie naar een kwaliteitsvolle dienst die vlot kan interageren met het MaaS-ecosysteem vormen een proeftuin voor innovatieve mobiliteitsoplossingen in de stad, en een inspiratiebron voor andere dienstverleners, gebruikers en de stad zelf. Op deze manier draagt de projectoproep niet enkel bij tot de acute uitdaging op korte termijn, maar ook tot de verdere ontwikkeling van het Antwerpse mobiliteitsweefsel van de toekomst.

The New Drive fungeert als project manager binnen deze projectoproep en is betrokken bij elke fase van het project. Op een deskundige manier verschillende partijen verbinden, het project coördineren en vooral resultaten boeken binnen een korte tijdsperiode, daar staan we voor garant.

Partners: Rebel

Fietsberaad Vlaanderen, het Vlaams kenniscentrum van het fietsbeleid voor overheden op alle niveaus, lanceerde een uitvraag om een kwaliteitsvol en diefstalveilig ‘bewaakt’ fietsparkeeraanbod aan mobiliteitsknooppunten te verkennen en structureren.

Fietsberaad Vlaanderen wenste als resultaat van deze opdracht een syntheserapport dat de visie, het afwegingskader en de mogelijke ontwikkelingsstappen rond fietsenstallingen beschrijft. Dit syntheserapport diende de resultaten en aanbevelingen van het onderzoek naar kwaliteits- en beveiligingseisen per type mobiliteitsknooppunt weer te geven. De visie en het werkingsmodel van het uiteindelijke rapport werden gebruikt als basis voor het versterken van het Vlaams beleid inzake bewaakte fietsenstallingen aan knooppunten.

Partners: Mobiel21

Wat was de uitdaging?

Er zijn vele mobiliteitsaanbieders die hun weg zoeken op de markt, maar op enkele hindernissen stoten. De Marktplaats voor Mobiliteit, mede ingericht door het team van Slim naar Antwerpen, waar The New Drive deel van uitmaakt, richt zich daarom op het vergroten van de (latente) vraag en het stimuleren van private mobiliteitsaanbieders.

Hoe hebben we dit aangepakt?

De marktplaats voor mobiliteit fungeert als via projectoproepen waarbij mobiliteitsaanbieders de kans krijgen een project in te dienen om financiële en inhoudelijke steun te ontvangen voor hun project. Diensten die hiervoor in aanmerking komen zijn zeer divers:

Met andere woorden: partijen kunnen overal vandaan komen en allerlei verschillende soorten diensten aanbieden.

The New Drive nam binnen deze projectoproepen de procesbegeleiding op, keek inhoudelijk mee naar de voorstellen en hielp bij de implementatie ervan. Doordat wij de ontwikkelingen van (inter)nationale en Mobility-as-a-Service aanbieders op de voet volgen, zorgde dit voor interessante inzichten.

Partners: Rebel

Wat was de uitdaging?

Zowel de Provincie Gelderland als Vervoerregio Amsterdam waren op zoek naar hun rol in de wereld van de deelfietsen én een ideaal scenario voor deelfietsen in de regio. Enerzijds ligt er een belangrijke sturende rol bij de lokale overheden, maar men merkt dat veel van deze lokale overheden te klein zijn om deelfietsaanbieders aan te trekken én dat deelfietsen in een regio pas echt een rol kunnen spelen als er een (bovenlokaal) netwerk wordt uitgerold.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Appm begeleide een aantal werksessies met lokale en bovenlokale overheden en stelde samen met The New Drive een leidraad op. Er werd een wensnetwerk van deelfietsen uitgetekend, dat rekening houdt met de gebiedstypologieën waarmee de vervoerregio werkt en met de functie en de grootte van de verschillende mobiliteitsknooppunten. Met het model dat hieruit voortkwam, kon snel en eenvoudig het aantal deelfietsen op de locaties bepaald worden. Daarnaast kon gekeken worden naar hoe verschillende financieringskaders te simuleren.

Partners: APPM

Wat was de uitdaging?

In de zomer van 2017 werd de stad Amsterdam plots overstelpt door de aanwezigheid van deelfietsen in de openbare ruimte. Om de orde te herstellen en om de controle terug in de handen van de stad te krijgen, werd de hulp ingeroepen van The New Drive en zusterorganisatie APPM Management Consultants.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Samen met de stad Amsterdam werd een beleidskader rond deelfietsen ontwikkeld. De lokale administratie gebruikte dit beleidskader om leidende richtlijnen op te stellen voor deelfietsoperatoren, waarbinnen infrastructuur, operatoren, kwaliteit, dekking, data en operabiliteit in opgenomen werd. Naast deze richtlijnen, omvatte het beleidskader ook enkele beperkingen/randvoorwaarden, waaronder het aantal operatoren, het aantal fietsen en de looptijd van de operatie. Nadat het beleidskader tot lokale wet gestemd werd, liet de stad Amsterdam 3 deelfietsoperatoren toe, met een totale beperking van max. 3.000 deelfietsen in de openbare ruimte. Deze 3 operatoren hebben een vergunning tot maart 2019, hetgeen de stad voldoende tijd geeft om de huidige deelsystemen te evalueren. De rol van The New Drive bij het opstellen van een dergelijk beleidskader voor een stad of een regio is niet te onderschatten. Onze onafhankelijke ingesteldheid, samen met onze doelgerichte aanpak en expert advies leidt vaak tot een spoedige resolutie.

Partners: APPM

In oktober 2018 en maart 2019 organiseerde MaestroMobile, in samenwerking met The New Drive en met de steun van Slim naar Antwerpen, de eerste editie van de Critical MaaS experience. Deze critical MaaS richtte zich op managers, die binnen hun bedrijf de mobiliteit mee vorm kunnen geven.

Hoe zat het in elkaar?

Een groep deelnemers engageerden zich om gedurende een week zoveel mogelijk mobiliteitsoplossingen te testen. Ze kregen hiervoor alle informatie en noodzakelijke tools in handen.  Er werd zelfs een Whatsapp-groep voorzien waarin de deelnemers 24u op 24u ondersteuning konden genieten. Het projectteam werkte samen met mobiliteitsaanbieders, waaronder ook MaaS-providers om te komen tot een zo volledig mogelijke mobiliteitservaring.

Wat was het doel van deze experience?

Ervaring is de beste leerschool en geeft mensen de kans om nieuwe inzichten te ontwikkelen. De managers die een week lang ervaring konden opdoen, namen deze nieuwe inzichten mee naar hun bedrijf. Hierdoor kregen ze de kans om het mobiliteitsbeleid verder vorm te geven, waar zeker ook plaats was voor innovatieve mobiliteitsconcepten.

Partners: Slim naar Antwerpen

Wat was de uitdaging?

Voor Fietsberaad Vlaanderen en Nederland werkte The New Drive een algemeen beleidskader uit rond fietsdelen. Deelfietsen bieden tal van voordelen voor de burger en vormen een mooie aanvulling op het bestaande mobiliteitsaanbod. Er bestaan echter verschillende types aanbieders en samenwerkingsverbanden met de lokale overheid, met elk hun voor- en nadelen. Het is dan ook belangrijk om deze keuzes af te stemmen met de beleidsdoelen.

Hoe hebben we dit aangepakt?

Om de voordelen van fietsdelen ten volle te benutten (en de nadelen te beperken) is het belangrijk om als lokale overheid goede beleidskeuzes te maken en spelregels vast te leggen om zo terug marktmeester te worden. Fietsberaad Vlaanderen wil Vlaamse steden en gemeenten ondersteunen om de dynamiek in hun fietsbeleid te versnellen. Het algemeen beleidskader rond fietsdelen was gebaseerd op een marktonderzoek, een bepaling van randvoorwaarden en een analyse van samenwerkingsverbanden tussen overheden en deelfietsoperatoren.

Wat was het resultaat?

Het finale document is een erg leesbaar geheel, waarmee Vlaamse steden en gemeenten effectief aan de slag kunnen gaan. Het beleidskader kan gebruikt worden door lokale overheden om hun lokaal fietsbeleid af te stemmen op het veranderende fietslandschap.

Partner: APPM voor het beleidskader in Nederland

The New Drive en Mobiel 21 werkten samen voor Fietsberaad Vlaanderen een visie uit voor het bewaakt fietsparkeren in Vlaanderen. Samen creëerden we een toekomstvisie en bijhorend plan op basis van de huidige en toekomstige noden. Ook de technische evoluties speelde hierbij een grote rol en werden mee in acht genomen.

Het traject werd doorlopen samen met enkele koplopers, zijnde overheden en vervoersaanbieders. Door hun belangen, noden, visies,… samen te brengen met de feitelijke gegevens kon een gezamenlijk gedragen toekomstvisie uitgewerkt worden voor Vlaanderen.

Voor Netwerkorganisaties